Pigmenten en bindmiddelen

Voor de decoratie in handschriften had de middeleeuwse kunstenaar diverse kleurstoffen tot zijn beschikking: kleuren vervaardigd uit planten, diverse gemalen mineralen en aardesoorten en kleuren die via chemische processen werden gemaakt. Deze kleurstoffen moesten met water en een bindmiddel worden gemengd om ze op het perkament te laten hechten. Als bindmiddel werd veelal eiwit gebruikt. Rond 1400 komt daarnaast ook gom, de hars van bepaalde boomsoorten, als bindmiddel op. Tenslotte kon uit kleine restjes perkament door langdurig koken in water ook een soort gelei gewonnen worden, die na een rottingsproces als bindmiddel werd gebruikt.

Belangrijk was ook het gebruik van goud, hetzij als dun uitgehamerd bladmetaal (bladgoud), hetzij in poedervorm, gemengd met bindmiddel, zodat het als verf kon worden gebruikt (schelpengoud). Naast goud kon ook zilver op deze wijze worden gebruikt.

Eenmaal aangemaakt werden de middeleeuwse verven soms in aardewerken schalen bewaard, maar vaak nog in schelpen. Deze fungeerden dan als verfnapjes. Hieraan ontleent het schelpengoud nog steeds zijn naam.

Sluit venster